Hét instituut voor praktijkgericht onderzoek

Domein: Onderwijs

Academic Board-lid Prof. dr. Martin Mulder
Lectoren  Dr. Martijn van Schaik


De onderzoekslijnen geven inhoudelijk richting aan het praktijkonderzoek dat wordt uitgevoerd, voornamelijk in de afstudeerfase. Bij een Masteropleiding met specialisatie worden de onderzoekslijnen van de initiële opleiding aangehouden.

Ga direct naar de onderzoekslijnen van uw opleiding:


Onderzoekslijnen: Master Onderwijskunde

Sinds de jaren 70 wordt het onderwijskundig onderzoek gezien als middel om het onderwijs te optimaliseren. De vraag naar de optimalisering van de leeromgeving is van recenter datum, maar in de huidige digitale wereld actueler dan ooit. Leeromgevingen worden steeds meer ondersteund door digitale technologie, of zijn geheel online. Leren vindt plaats met digitale hulpmiddelen, online, op afstand, met behulp van (computer)simulaties, soms formeel, dan weer informeel.
 
De vraag is op welke wijze in al deze situaties duurzame leerresultaten geboekt kunnen worden. Hoe kunnen, met andere woorden, lerenden zich zo ontwikkelen dat ze toekomstbestendige kennis, vaardigheden en attituden verwerven en kunnen blijven leren? Het gaat hier om leren dat voor langere tijd adequaat en betekenisvol ingezet kan worden. Gezien het tempo waarmee kennis veroudert, is het van belang dat leren gericht is op meer dan statische kennis. Het gaat om het verwerven van een (dieper) begrip van onderliggende ideeën en concepten. Dit geldt uiteraard ook voor vaardigheden en, in mindere mate, voor attituden. In het verlengde hiervan ligt logischerwijs de vaardigheid van het leren leren.
 
Bij het ontwerpen van onderwijs, opleidingen en leeromgevingen die aansluiten bij de huidige maatschappelijke, wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen is een aantal principes van belang waar inmiddels al veel onderzoek naar is gedaan:

  1. De leeromgeving moet zo worden ontworpen dat het leren en de lerende centraal staan.
  2. Voor een kwalitatief goede leeromgeving is een hoog niveau van professionaliteit van de docenten, trainers of begeleiders nodig.
  3. Leren dient gepersonaliseerd te zijn. Dat wil zeggen dat de leeromgeving moet worden afgestemd op de individuele kenmerken van de lerenden, wat betreft hun achtergrond, voorkennis, motivatie en leermogelijkheden. Er moet tevens voldoende aandacht zijn voor persoonsgebonden feedback, terwijl er tegelijkertijd oog moet zijn voor de groep waarin het individu zich bevindt wat betreft groepsdynamica en coöperatief leren.
  4. Onderwijs en opleidingen dienen inclusief te zijn in plaats van exclusief: gevoeligheid voor individuele en groepsverschillen betekent ook dat de ‘zwakste’ lerenden betrokken worden in de leeractiviteiten en dat zij niet worden uitgesloten. Daarnaast dient er voldoende aandacht te zijn voor de ontwikkeling van hoogwaardig talent.
  5. De leeromgeving moet voldoende ruimte bieden voor sociaal leren. Diverse leertheorieën gaan ervan uit dat leren effectief is wanneer het plaatsvindt in een groepssetting, wanneer lerenden samenwerken en dit een expliciet onderdeel is van de leeromgeving. Van belang daarbij is dat er een verbinding wordt gemaakt met de maatschappij.

 
Er zijn veel mogelijkheden om het onderwijskundig onderzoek te ordenen. Zo zijn er de divisies van de Vereniging voor Onderwijsresearch (VOR), de thema’s van het Interuniversitair Centrum voor Onderwijswetenschappen (ICO) en het meerjarenprogramma onderwijsonderzoek van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).
 
De divisies van de VOR zijn (https://www.vorsite.nl/nl/content/divisies): 1. Beleid & Organisatie; 2. Beroepsonderwijs, Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap; 3. Curriculum; 4. Domein-specifieke Aspecten van het Onderwijs; 5. Hoger Onderwijs; 6. ICT in Onderwijs & Opleiding; 7. Leraar & Lerarenopleiding; 8. Leren & Instructie; 9. Methodologie & Evaluatie; 10. Onderwijs & Samenleving.
 
De thema’s van het ICO zijn (http://www.ico-education.nl/organization/theme-group-coordinators): 1. Learning and Instruction; 2. ICT and Education; 3. Workplace Learning; 4. Teacher and Teacher Education; 5. Domain Specific Instruction; 6. Educational Design and Curriculum Development; 7. Schools and the Societal Context of Education; 8. Assessment, Evaluation and Examination; 9. Higher Education; 10. Neuroscience and Education.
 
De thema’s van het NRO voor de jaren 2016-2019 zijn (https://www.nro.nl/onderwijsonderzoek2016-2019/): 1. onderwijsaanbod en curriculum; 2. onderwijs en technologie; 3. de socialiserende functie van onderwijs; 4. ontwikkeling van onderwijsprofessionals; 5. onderwijs en levensloop; 6. het onderwijsbestel en sturing van en in het onderwijs; 7. onderwijsvernieuwing en de rol van onderzoek.
 
Op al deze terreinen en naar al deze thema’s wordt zeer veel onderzoek uitgevoerd. Dat onderzoek is praktijkgericht, beleidsgericht dan wel fundamenteel van aard. Het onderzoek binnen NCOI is praktijkgericht en wordt ingekaderd door het onderzoeksprogramma, dat als titel heeft:

‘Optimale (leer)omgevingen met het oog op duurzaamheid van leerresultaten.’
 
Bij de uitvoering van het onderzoek binnen NCOI wordt zoveel mogelijk aangesloten bij reeds uitgevoerd en lopend onderzoek. Die inbedding is van belang voor de actualiteit van het wetenschappelijk kader van het onderzoek. De publicaties van onderzoekers die deel uitmaken van de VOR en het ICO vormen inspiratiebronnen voor het NCOI-onderzoek. Bij de onderzoekslijnen worden voorbeelden gegeven van onderzoeksartikelen waarvan gebruikgemaakt kan worden bij het schrijven van het onderzoeksvoorstel en het uitvoeren van het onderzoek voor de scriptie.
 
Het onderzoeksprogramma geeft richting aan (de onderzoeken binnen) de Masterclasses en de scripties van onderwijskunde vanuit drie perspectieven:
 
Perspectief A: de lerende/de leerling
Perspectief B: de leraar/docent/trainer
Perspectief C: de organisatie (zie bijlage met onderzoeksthema’s per perspectief en Masterclass)

Het NCOI-onderwijsonderzoek is ingedeeld in drie onderzoekslijnen die alle verwant zijn met onderzoeksdomeinen die bovenstaand worden onderscheiden en die ruimte bieden om onderzoek te doen dat gerelateerd is aan de genoemde principes. De onderzoekslijnen zijn:

  • De lerende centraal in de leeromgeving (met nadruk op de rol van ICT in onderwijs en opleiding en gepersonaliseerd en coöperatief leren)

  • Een duurzaam en flexibel curriculum (met nadruk op ontwikkelingsgericht onderwijs waarbij gestreefd wordt naar duurzame leerresultaten)

  • Bewijs van goed onderwijs en opleiden (met nadruk op opbrengstgericht onderwijs)