Hét instituut voor praktijkgericht onderzoek

Onderzoekslijnen: Master in Toegepaste Psychologie voor professionals

Academic Board-lid Prof. dr. Arie Dijkstra
Lector Dr. Pieternel Dijkstra
Onderzoeksgebied Psychologie & Zorg
 

Onderzoekslijnen

Hieronder vindt u de link naar de onderzoekslijnen behorende bij de Masteropleiding. De onderzoekslijnen geven inhoudelijk richting aan het praktijkonderzoek dat wordt uitgevoerd, voornamelijk in de afstudeerfase. Bij een Masteropleiding met specialisatie worden de onderzoekslijnen van de initiële opleiding aangehouden. De doelstelling en de centrale onderzoeksvraag van de eindscriptie dienen aan te sluiten bij een van de onderzoekslijnen van de gevolgde Masteropleiding. Vragen over aansluiting van uw onderzoek bij een onderzoekslijn stelt u aan uw begeleider. 

Onderzoeksthema's

Veel lectoren zijn bezig met eigen onderzoek bij organisaties, een onderzoeksthema genaamd.
Zowel studenten als organisaties kunnen bij een lopend onderzoeksthema aansluiten. De geïnitieerde onderzoeksthema's binnen deze Master vindt u onder de onderzoekslijnen. 

Klik op één van de onderstaande onderzoekslijnen voor meer informatie


Onderzoekslijn: Het bevorderen van het welzijn van werknemers

In onze moderne samenleving zullen werknemers steeds langer door moeten werken en worden ze minder snel afgekeurd wegens ziekte of overbelasting. Dit noodzaakt werkgevers, overheid en werknemers zelf om te investeren in het psychisch welzijn van (oudere) werknemers. Steeds vaker wordt daarbij de insteek gekozen dat niet pas tot actie moet worden overgegaan als er sprake is van psychische klachten, zoals werkstress, maar dat ook bij afwezigheid daarvan het welzijn dient te worden bevorderd. Door het aanboren en versterken van de intrinsieke motivatie, bevlogenheid, talenten, kwaliteiten en sterke eigenschappen van werknemers worden niet alleen psychische klachten en daaruit voortkomend ziekteverzuim voorkomen, maar beleven werknemers ook meer plezier aan hun werk, voelen ze zich tevredener, vitaler en presteren ze beter (zie bijvoorbeeld Bakker et al., 2008; Steele et al., 2012).
 



Onderzoekslijn: Het versterken van sociale relaties

De overheid als verzorgingsstaat trekt zich terug en van mensen wordt steeds meer eigen verantwoordelijkheid en zelfmanagement gevraagd als het gaat om bijvoorbeeld hun gezondheid en het oplossen van problemen. Daarbij spelen de sociale relaties die mensen met elkaar onderhouden een belangrijke rol. Als eerste vormen sociale relaties een belangrijke determinant van psychisch en fysiek welzijn: hoe meer en/of beter de sociale relaties die mensen onderhouden, hoe gezonder zij zich voelen (zie bijvoorbeeld Huxhold, Fiori & Windsor, 2013). Het sociaal netwerk helpt bovendien invulling te geven aan het dragen van verantwoordelijkheid voor het eigen leven. Mensen die, uit hun omgeving, de juiste vorm van sociale steun ontvangen, ervaren namelijk minder stress, zijn beter in staat hun problemen op te lossen en doelen te bereiken en zullen daarmee minder snel een beroep doen op de hulpverlening (zie bijvoorbeeld Wills & Bantum, 2012).

 



Onderzoekslijn: Sociale beïnvloeding gericht op gedragsverandering

Vanuit verschillende motieven kunnen personen, groepen of organisaties het doel opvatten om de attitude of het gedrag van anderen te beïnvloeden, bijvoorbeeld in het kader van de preventie van gezondheidsproblemen. Zo probeert de overheid, middels massamediale leefstijlcampagnes, burgers te stimuleren om zich gezonder te gaan gedragen. Daarnaast kunnen, vanuit commerciële motieven, organisaties, middels bijvoorbeeld televisiereclames, consumenten proberen over te halen hun producten te kopen. Ook op kleinschaliger niveau, bijvoorbeeld op scholen of in wijken, worden interventies ingezet om het gedrag van betrokkenen te beïnvloeden. Zo proberen scholen prosociaal gedrag onder leerlingen te stimuleren en worden, vanuit wijkcentra, bijvoorbeeld initiatieven genomen om, samen met de bewoners, een leefbare wijk te creëren. Al deze initiatieven hebben gemeenschappelijk dat ze mensen proberen aan te zetten tot het vertonen van ander gedrag. Pogingen tot gedragsbeïnvloeding zijn echter met name effectief als ze gebaseerd zijn op (een combinatie van) theoretisch onderbouwde modellen van gedragsverandering, waarbij, afhankelijk van het specifieke gedrag dat men beoogt te beïnvloeden, verschillende sociaalpsychologische determinanten relevant kunnen zijn (Buunk & Van Vugt, 2008; Sharma, 2009).
 



Onderzoekslijn: Leiderschap en samenwerking in teams

Effectief leiderschap is een essentiële factor voor het succes van een organisatie, het welbevinden van haar leden alsmede voor de kwaliteit van de samenwerking en groepsprestaties. Wat effectief leiderschap behelst, hangt echter sterk af van de behoeften van de groepsleden en de omstandigheden waarin een organisatie of team verkeert (zie bijvoorbeeld Van Vugt, 2009). Dit maakt van leiding geven en samenwerken een dynamische aangelegenheid: wat in de ene situatie constructief gedrag is, hoeft dat in een andere situatie niet te zijn. Daarbij geldt bovendien dat leiders, organisaties en teams tegenwoordig te maken hebben met nieuwe technologische mogelijkheden op het gebied van samenwerken. Steeds vaker wordt gewerkt op ‘afstand’, via bijvoorbeeld e-mail of Skype, of in geheel virtuele teams. Deze manier van samenwerken maakt leiding geven lastiger, mede doordat de communicatie tussen teamleden en tussen teamleden en leider non-verbaal en/of asynchroon plaatsvindt en leiders minder grip hebben op wat de teamleden doen (zie bijvoorbeeld Hoch & Kozlowski, 2012).