Hét instituut voor praktijkgericht onderzoek

Onderzoekslijnen: Master Management & Innovation (MMI)

 
Academic Board-lid Prof. dr. Jan Eppink
Lector Dr. Peter Nientied
Onderzoeksgebied Bedrijfskunde & Management
 

Onderzoekslijnen

Hieronder vindt u de link naar de onderzoekslijnen behorende bij de Masteropleiding. De onderzoekslijnen geven inhoudelijk richting aan het praktijkonderzoek dat wordt uitgevoerd, voornamelijk in de afstudeerfase. Bij een Masteropleiding met specialisatie worden de onderzoekslijnen van de initiële opleiding aangehouden. De doelstelling en de centrale onderzoeksvraag van de eindscriptie dienen aan te sluiten bij een van de onderzoekslijnen van de gevolgde Masteropleiding. Vragen over aansluiting van uw onderzoek bij een onderzoekslijn stelt u aan uw begeleider. 

Onderzoeksthema's

Veel lectoren zijn bezig met eigen onderzoek bij organisaties, een onderzoeksthema genaamd.
Zowel studenten als organisaties kunnen bij een lopend onderzoeksthema aansluiten. De geïnitieerde onderzoeksthema's binnen deze Master vindt u onder de onderzoekslijnen. 

Publicatie

Publicatie opgesteld door NCOI-student (inmiddels alumni) in samenwerking met de lector van de opleiding, Peter Nientied. Lees de publicatie.

Klik op één van de onderstaande onderzoekslijnen voor meer informatie

 

Onderzoekslijn: Innovatie van producten, diensten en businessmodellen

De onderzoekslijn Innovatie van Producten, Diensten en Business modellen binnen MMI gaat over het daadwerkelijk innoveren van producten, diensten en business modellen en de relatie met procesinnovatie binnen organisaties. Procesinnovatie zelf wordt beschouwd voor zover dit leidt tot belangrijke verandering van producten, diensten of business modellen. Deze onderzoekslijn onderscheidt zich met de focus op producten, diensten en business modellen in de praktijk, van onderzoekslijn 2 (management van innovatieprocessen)  en onderzoekslijn 3 (ontwikkelen duurzaam innovatievermogen).
 



Onderzoekslijn: Innovatieproces en innovatiemanagement

In veel organisaties wordt het innovatieproces onvoldoende professioneel vormgegeven. Innovatie zonder management, zogezegd. Daar is veel in te onderzoeken en te verbeteren in de praktijk. Om te leren en te innoveren moet een organisatie voldoende veranderbereidheid hebben en bepaalde vormen van besturing op het innovatieproces inrichten en onderhouden. In veel professionele organisaties in het middenveld bestaan de tendensen van innovatie én conservatisme naast elkaar. Er wordt volop geëxperimenteerd (onderwijs, zorg, enzovoort), maar organisaties hebben moeite om deze innovaties op kleine schaal te omarmen en op te schalen. Het kunnen opschalen van innovaties in (publieke en private) dienstverlening is een van de eisen die vaak worden gesteld. De vraag is hoe je dat met succes doet en welke eisen ‘het kunnen opschalen’ stelt aan innovaties en het innovatieproces.
 



Onderzoekslijn: Duurzaam innovatievermogen

Duurzaam innovatievermogen gaat om de voorwaarden om de ‘innovation performance’ te verbeteren.  Uit onderzoek blijkt dat innovatieklimaat een belangrijke factor is – maar dit is een complex en soms vaag concept. Om het innovatieklimaat in beeld te brengen en te onderzoeken door welke factoren organisaties onvoldoende innoveren, stelden Volberda en Bosma (2011) de ICS (Innovation Climate Scan) samen. ICS meet in een organisatie een twaalftal factoren en brengt daarmee twee sets tegenstellingen in kaart (collectiviteit – individualisme, en analytische planning – intuïtie). En zo zijn er meer modellen. Weiss en Legrand (2011) onderscheiden vier ‘enablers to make innovation happen’: leiding geven aan innovatieprocessen, innovatiecultuur, organisatiepraktijken en het innovatieplan.  Rao en Weintraub (2013) ontwikkelden een  model over innovatievermogen met een vragenlijst; dat lijkt interessant voor werk van en met studenten.